tegenstelling

tegenstelling

Kaplaarzen. Eindeloze natuur. Groene velden en de kracht van het water op de ruige kust. Koeienvlaaien. Dat wist ik nog van vroeger. En schapen met lange haren. Soms was ik omgeven door mist zo dicht dat zicht verdween. Soms deed warmte van de zon de aarde geuren.

Een paar weken doe ik niet veel anders dan lopen. Lopen langs de zuidkust van Engeland. En ademhalen. Heel basaal. Sommige stukken zijn zwaar en dan is er alleen maar ruimte voor overgave. Gedachten kunnen daar niet meer bij.

Een man loopt langs me met beschermers om zijn benen. Tegen de brandnetels vermoed ik. Hij laat me voorgaan. Het pad is te smal voor twee mensen. Bloemen ruiken naar kokos. Koeien komen nieuwsgierig dichterbij. Ze hebben gele kaartjes in hun oren. En ruimte. Heel veel ruimte.

Dan toch weer regendruppels. En ze maken alles nat. Ongeacht wie of wat je bent. Hoe je eruit ziet. Of je veel bezit. Of niets. Of je blij bent. Of boos.
Voor de natuur is alles en iedereen gelijk. Alles is een. En daar ben ik deel van. Wat voel ik me op mijn plek!

Maar toch. Eenmaal terug vind ik het ook heerlijk weer hakken aan te doen.
Het lijkt een tegenstelling. En dat is het ook. Eigenlijk vond ik dan ook altijd dat ik moest kiezen. Dat het niet allebei kon. Het een kon ik niet verenigen met het ander. Zoals ik ook de fotograaf en de healer lange tijd niet in mezelf kon samenbrengen. De moeder en de avonturier. De dienaar en de anarchist. Maar het mag er allemaal zijn. Alles mag er zijn. Alle kanten van mezelf bestaansrecht geven maakt me alleen maar meer heel.

Zou ik werkelijk moeten kiezen dan is het niet heel moeilijk. Mijn hakken zouden aan de wilgen gaan. Verbonden met de natuur.