vrijheid

vrijheid

Nog niet eens zo heel lang geleden voelde ik me verbonden met de vogeltjes in een kooi die ik passeerde als ik ging hardlopen.

Eigenlijk ging ik speciaal bij ze langs. Omdat ik het gevoel had dat we in dezelfde situatie zaten. Verenigd in gevangenschap. Zij zouden er vast ook naar verlangen weg te gaan. Vrij te zijn.

Maar waarvan wilde ik eigenlijk vrij zijn. Zorgde ik niet zelf voor mijn eigen gevangenschap. Was weggaan niet een tijdelijke oplossing en zou ik niet pas echt vrij zijn wanneer ik zou blijven waar ik was en onder ogen zou zien wat ik zo probeerde te ontlopen.

Afwijzing. Er niet toe doen. Bijzaak zijn. Gedachten aan mezelf opgelegd. Ben ik wel goed genoeg. Mag ik wel zijn wie ik ben. Was het niet zo dat ik elke keer weer mezelf afwees. En was het niet precies dat waar ik vrij van wilde zijn.

Waar ik ook zou gaan zou ik die gedachten met me meenemen. Even zou ik afgeleid zijn door het nieuwe. Denken zie je wel nu is alles beter. Maar ze zouden terugkomen en me meer beperken dan een kooi ooit zou kunnen.

Tot ik bij ze stil zou staan. En ze zou bedanken. En zou zeggen dat ik voortaan zonder ze verder kon. Omdat ik me bewust was geworden van mijn eigen waarde.

Vrijheid is voor mij loslaten wat je niet meer nodig hebt. Het geeft ruimte. Ruimte voor andere wegen.

Als ik nu ga hardlopen kies ik voor zo een andere weg. Omdat ik me gerealiseerd heb dat vrijheid niet zit in omstandigheden maar in jezelf.