gedachten

gedachten

Sinds mijn zoon een jaar of vier is houd ik een dagboek voor hem bij. Schrijf ik over wat hij meemaakt.

Gisteren las ik daarin terug. We hadden het over mijn hoofd dat vol zat met gedachten. En hoe fijn het zou zijn het leeg te maken.

Hij wist wel hoe dat moest. Tegen gedachten die er al zijn zeggen dat ze weg moeten gaan en dan gewoon de deur dicht doen. Gedachten die nog binnen willen komen kunnen er dan niet meer in.

Ik stel me voor dat ik de deur niet dicht krijg. Hoe ik er met mijn volle gewicht tegenaan hang om de invasie te stoppen. Hoe zij ook hun gewicht in de strijd gooien en me proberen te overtuigen van hun belang.

Mijn voeten slippen onder me vandaan. Een paar gedachten maken van de gelegenheid gebruik en steken alvast een glibberige hand naar binnen.

Zijn ze dan echt zo belangrijk dat ik ze moet toelaten. En ook nog allemaal tegelijk. En vind ik het echt goed dat ze blijven zo lang ze maar willen. Hoe ze de boel overhoop gooien en onrust veroorzaken.

Dat gedachten helemaal niet zo belangrijk zijn als ze me willen doen geloven blijkt als ik tijdens meditatie met mijn aandacht naar binnen ga. Ze verliezen hun kracht.

Maar soms is het niet makkelijk ze te laten. Midden in de nacht bijvoorbeeld. Als ze naar binnen willen om me wakker te houden.

Volgende keer zal ik ze de toegang eens gewoon weigeren. Resoluut. Dicht met die deur.

Mijn zoon kon het al toen hij klein was.