duisternis

duisternis

Volledige duisternis. Geen sterren. Geen maan. Snel doe ik mijn ogen weer dicht. Want daar is een duisternis die ik al ken. En waar ik niet bang voor hoef te zijn. Die is weg zodra ik mijn ogen open doe.

Maar deze duisternis niet. Ze blijft en dwingt me te kijken naar mijn angst voor wat er allemaal zou kunnen gebeuren. Dingen die ik niet wil. Maar ik heb niets te vertellen en ze gebeuren toch. Het kan er zomaar ineens zijn. Dat wat me totaal overrompelt en mijn leven waardeloos maakt. Alsof het er nooit toe heeft gedaan.

Brekend glas. Lawaai zo overweldigend dat ik uit niets anders meer besta. Rondgeslingerd als in een wasmachine op hoge toeren. Laat het stoppen. Laat het stoppen. Laat het in godsnaam stoppen. Een benzine lucht. Pijn. Een vrouw houdt mijn hand vast. Ik ken haar niet. Maar ze is er. Een ziekenhuisbed. Nog meer pijn. Morfine. Slangetjes in mijn neus. Waarom heb ik slangetjes in mijn neus. Ze moeten eruit. Mijn handen worden vastgebonden aan het bed. Waar is mijn zoon. Wie zorgt er voor mijn zoon. Dat wil ik zelf doen. Ik wil nog niet dood.

Voorzichtig doe ik mijn ogen weer even open. Samen met andere vrouwen zit ik in een zweethut voor een oeroud reinigingsritueel en er is hitte en het geluid van de drum en nog steeds die duisternis. Maar er gebeurt niets.

Dat kan dus ook. Dat er gewoon niets gebeurt. Dat mijn angst niet is vereist. Met die gewaarwording ontstaat er ruimte. En een intens gevoel van bevrijding. Huilend vraag ik steun om de ervaring van de auto ongelukken die ik over de jaren heb meegemaakt te kunnen loslaten. De duisternis waar ik zo bang voor was verandert in een zachte omhelzing en na zeventien jaar kom ik eindelijk tot rust.