langs de branding

Een oude man met een groen shirt en een bochel loopt langs de branding. Behalve zijn bochel draagt hij een lange broek en daarmee valt hij op.
Want niemand aan het strand is zo bedekt als deze man, maar zo kan hij in elk geval niet verbranden, heeft hij misschien gedacht voor hij van zijn huis vertrok.
En nu is hij onderweg. Alleen, maar dat wil niet zeggen dat hij eenzaam is. Al zou het wel kunnen.
Ik volg hem met mijn ogen en zie dat hij een bal terugschopt naar een kind. Hij gaat onder iets gebukt en toch haalt hij ergens de zin vandaan om te spelen, om contact te maken.
Het maakt hem even minder eenzaam. Als hij dat was, natuurlijk. Hij is nog in mijn gedachten als ik hem allang niet meer kan zien.
Zo ben ik ook aan mijn roman begonnen. Ergens in de stad zag ik een man en er was iets met hem. Net als de man aan het strand, ging hij onder iets gebukt en wat dat was, ging ik toen verzinnen.
Gaandeweg is hij helemaal uit mijn verhaal verdwenen en kwamen daar stukken van mezelf voor in de plaats, verstopt in de personages die zijn verschenen.
Het bleek helend om mijn boek te schrijven maar op een andere manier dan schrijven in een dagboek dat kan zijn. Want het is fictie en (bijna) alles is uit mijn duim gezogen, maar daarmee is wel elk scenario mogelijk en dat is fijn.
Mijn roman gaat over de reis die we allemaal maken van opgroeien en zoeken om je heen naar antwoorden en dan op een dag ontdekken dat je alles al die tijd al kon vinden bij jezelf.
Maar we hebben elkaar daarvoor wel nodig. Al is het maar om even te kunnen spelen langs de branding onderweg.