kruiden

kruiden

Zacht ploft de heermoes in de mand. En weer. En nog een keer. En met elke plof kom ik meer tot rust.

Wat heb ik veel geleerd het afgelopen jaar. Maar ik hoef even niets te onthouden.

Mijn regenjas hangt een stukje verder over de leuning van een verweerde stoel. Een volgende hoosbui is niet ver weg. Bijen verzamelen zich om tere klaprozen. En vochtige aarde geurt in de warmte van de zon.

Door buiten op de tuin te werken kan ik me nog meer verbinden met de kruiden die me hebben geroepen. Die hun boodschap willen doorgeven. Hun geneeskracht willen delen.

Even later betrekt de lucht en sta ik met mijn regenjas weer aan gras tussen de kruiden weg te halen voor het zich verder kan verspreiden.

Een regenbroek heb ik bij me maar geen zin om me daar ook nog in te hijsen.

Mijn rug doet zeer.

Weer de geur van de aarde. Ontvankelijk en zo rijk en tegelijkertijd zo eenvoudig. Ze stelt zich open en geeft. Zonder oordeel. Zonder verwachtingen. Maak je fouten maar. Het is goed. Alles is goed. Wat voel ik me gedragen. Door het geduld en de voedingsbodem die ze biedt.

Maar goed. Mijn rug. Hij doet zeer. En het regent. En dan weer niet. En dan weer wel. En ik word nat. En mijn regenjas plakt. En er is heel veel te doen.

Kruiden optimaal de gelegenheid geven hun geneeskracht te delen en hun boodschap doorgeven is ook gewoon hard werken. En juist dat meemaken haalt ze van het voetstuk waar ik ze had op gezet.

Diep weggedoken in mijn regenjas besef ik dat we deel zijn van dezelfde kringloop. En dat we dat al die tijd al waren.